Niks om je voor te schamen, toch?

Languit op de bank blader ik door mijn fotoalbum. Jeetje, wat hebben we de afgelopen tijd veel gedaan. Picknicken, wandelen, fietsen, varen, activiteiten die stuk-voor-stuk voor mooie herinneringen zorgen. Iedereen die mijn persoonlijke Facebook pagina volgt, heeft mee kunnen genieten van alle afbeeldingen die ik tijdens de uitstapjes heb gemaakt. Het zal je dan ook vast wel duidelijk zijn dat ik een natuurliefhebber ben, mijn vriend gelukkig ook.

Niet alleen tijdens de vakanties, maar bijna elke dag ga ik naar buiten. Het liefst maak ik een zomerse wandeling, maar ook op regenachtige dagen verlaat ik mijn huis om even een frisse neus te halen. Vaak een klein uurtje, soms een stuk langer. Vermoeidheid of dat typische hondenweer waarbij de meesten van ons binnen willen blijven bij een kop warme chocolademelk met slagroom, houden me niet tegen. Mijn hoofd heeft het nodig.

Weet je, op jonge leeftijd worstelde ik al met depressies, iets wat nooit echt over is gegaan. Een sombere, nutteloze leegte, terwijl mijn omgeving van niets wist. Ik vond afleiding in mij studies, daarna in mijn werk. Als ik maar hard genoeg mijn best deed, zou die donkere mist vanzelf wel verdwijnen, hoopte ik. Helaas gebeurde dit niet.

Eind 2017 belandde ik in de ziektewet, verloor mijn dagritme en moest op zoek naar iets nieuws om mijn tijd door te komen. Daarom ging ik elke dag naar buiten. Het was een advies van mijn therapeut, jaren ervoor ook al van de huisarts, maar ik had er nooit zo’n zin in.

Het is inmiddels een noodzaak geworden. Een hele dag binnen zitten is geen optie meer. De depressie hangt als een dreigend monster over me heen, nu op gepaste afstand. Ik zal moeten blijven vechten om hem niet dichterbij te laten komen. Wandelen helpt, sporten vaak ook.

Het grote voordeel is dat ik de natuur zie veranderen, elk seizoen heeft zo zijn charmes. De frisse geuren na een vette herfstbui, de kale takken die na de winter steeds groener worden, de vogels die in het voorjaar hun nest bouwen, de pasgeboren diertjes, de kleurrijke planten in de zomer, het is fascinerend om te zien. Elk detail probeer ik in me op te nemen, zodat ik, vervuld van alle indrukken, op de bank in slaap kan vallen om steeds opnieuw te beseffen dat, sinds mijn burn-out, de hoeveelheid energie nog lang niet voldoende is om een hele dag actief te blijven.

Heb jij dat ook wel eens?

Als ik door de bossen loop, iets wat nogal eens gebeurt, schieten er vragen door mijn hoofd waar ik het antwoord niet op weet. Abnormale, raadselachtige, grappige, vreemde vragen. Wil je weten wat ik precies bedoel? Ik zal je meenemen tijdens mijn laatste wandeling

Dit is de onderkant van een eikenblad. Het is naar boven gedraaid en ving de druppels op van de laatste regenbui. Maar waarom blijven ze hierop liggen?

Zijn soortgenoten die de juiste kant naar boven hadden gedraaid, waren zo goed als droog.


Waarom groeit het op de ene plek wel en op de andere niet of nauwelijks?

Eendenkroost, is dat slecht voor het leven onder water? Of komt er toch nog zonlicht doorheen?

En is het een normaal proces of zal het net zoiets zijn als onkruid? Een plaag misschien zelfs?


Dit knappe beest heeft veren rond zijn poten. Waar zullen die voor zijn?

En waarom zijn kippen niet allemaal voorzien van deze versieringen?


Bomen, sommigen produceren de mooiste bloesem. Het is dan toch niet leuk dat alle bloempjes veel te snel op de grond liggen?


Vlinders, ze zijn zo mooi, maar vliegen veel te snel. Voordat je hun tekeningen goed kunt bekijken fladderen ze weg. Is hun schoonheid niet gemaakt om bekeken te worden?


Deze kleine beetjes sprinten naar de onderkant van het blad als je langs loopt. Zodra de kust veilig is, laten ze zich zien. Wat zijn het?


Nog meer foto’s bekijken van mijn wandeling? Check ze hier onder.

Baby’s en boeken

Voor het eerst ergens aan beginnen doe je niet zomaar. Iedereen die kinderen heeft, zal vast nog wel weten wat er allemaal aan vooraf ging voordat het kleintje geboren werd.

Ik weet nog goed dat wij vier jaar geleden twee kittens in huis namen. Niet helemaal hetzelfde als een kind, maar in dit geval aardig met elkaar te vergelijken. Ook dit was niet zomaar een impulsaankoop, want waar haal je ze vandaan? En wat zijn onze wensen? We zochten informatie op, spraken andere mensen en bezochten een voorlichtingsavond over de aanschaf en opvoeding van kittens.

Al snel ontdekten we dat zo’n harige peuter in huis nogal wat aandacht vergde. Terwijl wij werkten, moest het beestje natuurlijk veilig zijn. We leerden dat ze stroomdraden door konden bijten en overal in, onder en achter kropen. Konden we hem of haar wel tegen alle gevaren beschermen?

Een kat uit het dierenasiel is vaak de buitenlucht gewend, maar wij willen geen straatkat, dus dit was geen optie. Wij willen een huisdier dat binnen blijft. We kopen hem tenslotte zodat hij ons gezelschap kan houden en niet de rest van de buurt. Dan toch maar een pasgeboren katje? Maar goed, dan moesten we er wel twee kopen, het liefst uit hetzelfde nest.

Op de website van het dierenasiel in Waalwijk, stonden twee kittens. Ze waren tijdelijk opgevangen in een pleeggezin. We waren op slag verliefd en met de grote vakantie in het vooruitzicht, gingen we aan de slag. We verdiepten ons in de aanschaf, de opvoeding, maaltijden en alles wat zo’n kleintje nodig heeft aan verzorging. We verbouwden een kamer tot kattendomein waar ze konden verblijven als wij niet thuis waren, zodat we zeker wisten dat hen niks kon overkomen.

Meteen de eerste dag van onze zomervakantie gingen we al vroeg op pad, een reismand op de achterbank. We troffen twee drukke, nieuwsgierige pluizenbollen aan. Ze sloopten daar de hele inboedel, maar ze waren zó schattig dat we niet anders konden dan ze meenemen.

Mijn boek

Met het schrijven van een boek werkt het ook zo. Hoe begin je met je verhaal? Waar moet je op letten? Allemaal vragen waar ik eerst antwoord op moest hebben voordat de eerste letter op papier kwam. Stap-voor-stap leerde ik dat een manuscript niet hetzelfde is als een verslag. Dat ik de tekst zó moet formuleren dat jij op een bloedhete zomerdag koude vingers kunt krijgen, omdat de hoofdpersoon een sportles in de sneeuw krijgt.

Ik leerde mezelf bepaalde technieken aan, ontwikkelde mijn eigen schrijfstijl, leerde mensen kennen die zichzelf, net als ik, auteur mogen noemen.

Twee jaar geleden begon ik met mijn droom die nu “Alles onder controle” heet. En nu het verhaal klaar is, weet ik dat er nog een lange weg te gaan is voordat het ook écht een boek is. Ik heb ontelbare momenten gehad dat ik ermee wilde stoppen, gewoon omdat ik twijfelde aan mezelf en mijn verhaal. Toch pakte ik keer-op-keer de draad weer. Eindelijk begint het einde langzaamaan in zicht te komen.

Ook nu moet ik me weer verdiepen in de vervolgstappen. Herschrijven, de juiste uitgever vinden, een redacteur die de puntjes op de spreekwoordelijke “I” zet, een proefdruk, boekpromotie, de voorbereidingen voor de presentatie, kortom; er komt nog veel kijken bij het schrijven, publiceren en verkopen van mijn boek. Wanneer het klaar is? Dat blijft nog even spannend.

De ouderenzorg in coronatijd – Deel 2

Weet je nog, mijn laatste blog over de ouderenzorg? De wereld die voor iedereen verborgen blijft, omdat bezoek nu niet is toegestaan? Klik hier om het alsnog te lezen.

We zijn alweer een paar weken verder. Talloze aanpassingen hebben inmiddels plaats gevonden. Het waren verdrietige, lastige, maar ook bijzondere veranderingen. Vandaag was een dag waar we met de hele afdeling op hebben gewacht.

Het was al volop licht buiten, ook al was het nog vroeg in de ochtend. Zelfs het verkeer was nog niet op gang. Mijn autoradio stond hard aan en omdat niemand commentaar kon leveren over mijn zangkunsten, brulde ik mee met de nummers van Marco Borsato en Miss Montreal. Je begrijpt het al, de sfeer zat er goed in. Logisch, want mijn dag begon met goed nieuws. (Dat ik met dit zomerweer de hele middag én het weekend vrij ben, speelde uiteraard ook een klein rolletje mee.)

Naast me stond, net als de afgelopen weken, een tweede tas. Deze keer alleen met een uniformjasje, want de extra broek mocht thuis blijven. Alleen dit gegeven was al een hele vooruitgang, want het vergt nogal wat tijd om jezelf steeds helemaal om te moeten kleden.

Vanaf 24 maart moest iedereen die op de afdeling moest zijn, een extra set kleding meenemen en moesten we een schort met lange mouwen, een mondkapje, spatbril en handschoenen aan. Collega’s waren ziek en omdat in die tijd nog niemand getest werd, was extra bescherming noodzakelijk.

COVID-19 heeft, door het hele huis, helaas voor veel sterfgevallen gezorgd. Veel anderen, die zijn genezen van dit virus, hebben te maken met restverschijnselen, zowel geestelijk als lichamelijk.

Vanaf vandaag is onze afdeling virus-vrij verklaard. Nu de quarantaine van twee weken voorbij is voor de laatste risicovolle bewoners, verandert er veel. Naast die extra broek die we thuis mogen laten, is ook de beschermende kleding niet meer nodig. Wat is dat een verademing. Het is niet alleen warm en vaak pijnlijk, maar ook al onze spullen zaten onder het lange schort verstopt; de werktelefoon, onze sleutelbos, pennen, enzovoorts. Ook onze glimlach, misschien wel ons meest waardevolle geschenk voor deze eenzame ouderen, hoeven we nu niet meer te verbergen

De liften, die al die tijd alleen voor transport bedoeld waren, mogen we weer gebruiken voor onszelf en de bewoners. Wel met allerlei voorwaarden, maar die nemen we voor lief. We mogen weer van de afdeling af, iets wat we waarschijnlijk allemaal vreselijk gemist hebben.

De versoepeling is positief nieuws. Een moment om bij stil te staan. Even maar, want meteen daarna volgt de realiteit: We zijn er nog niet.

Met samengeknepen billen wachten we af. Wat nou als we weer zieken hebben? Wat nou als een tweede golf de afdeling te pakken neemt? De kans is groot dat dan alle maatregelen weer worden teruggedraaid. We hopen van harte dat deze tijd nooit meer terugkomt. Dat familie snel weer binnen mag komen en alles weer wordt, zoals het was. Tot die tijd genieten we van het kleine beetje winst, maken we het voor elkaar zo aangenaam mogelijk en vieren we alvast een heel klein beetje feest.

De ouderenzorg in Coronatijd

Het is half zeven als ik de snelweg oprij, een paar minuten eerder dan normaal. Ik ben op weg naar mijn werk, in mijn “normale” kloffie.

Als ik Tilburg binnen rij, zie ik overal borden langs de weg die de “zorgtoppers” een hart onder de riem willen steken. Ik, wij, de mensen die de maatschappij draaiende moeten houden, al hou ik me daar niet zo mee bezig.

Op de parkeerplaats is het rustig. Niet vreemd gezien dit vroege tijdstip, ook al weet ik dat er in de loop van de dag weinig zal veranderen. De basisschool die naast de zorginstelling is gebouwd, blijft dicht en ook veel winkels zullen voorlopig gesloten zijn.

Vlug log ik in op de parkeerapp, vul een beker met koffie en vertrek met mijn twee tassen naar de achterkant van het gebouw. Ik moet naar de derde verdieping. Niet, net als anders, met de lift, want momenteel gebruiken we die alleen maar voor goederentransport.

Eenmaal boven mag ik de afdeling niet meteen op. Het RIVM heeft besloten dat iedereen zich eerst helemaal moet omkleden. Wij doen dit in ons voorraadhok. De ruimte is krap, vooral als je met meerdere collega’s tegelijk staat te dansen en te springen om alle bovenkleding uit te doen en een ander setje aan te trekken. Gelukkig mogen we ons ondergoed, sokken en schoenen wel aanhouden. Op een karretje liggen schorten met lange mouwen, mondkapjes, spatbrillen en handschoenen. Dit moet over onze kleding heen aan. We moeten er zuinig mee zijn, het materiaal is precies genoeg voor één dag. De beschermende kleding is schaars.

Er klinkt, net als bijna elke dag, een hoop gezucht en gesteun. Voor veel collega’s is het een flinke uitputting om de stenen trap op te klimmen. Het mondkapje en het warme schort maken het er niet beter op. Er zit niks anders op, zeker bij deze kwetsbare doelgroep moeten we extra alert zijn.

In de teamkamer luister ik naar de overdracht van de nachtdienst. Gisteravond is een bewoner overleden. Ook hier komen nieuwe richtlijnen bij kijken, ook al is hij niet aan het Corona virus overleden. Een zucht ontsnapt, we moeten ons aan zoveel regels houden die keer-op-keer worden aangepast. Verslappen is geen optie, we moeten alert blijven, alle informatie lezen, opslaan, onthouden.

Ik zie de vermoeidheid in de gezichten van mijn teamgenoten. We werken allemaal meer en harder dan anders. Bewoners zijn ziek, familieleden bellen ons uit bezorgdheid en het vergt veel nadenken en organiseren, omdat de normale dingen nu zó anders zijn. Gelukkig hebben we een klein clubje mensen op de begane grond die we heel de dag kunnen bellen als we iets nodig hebben, want zelf mogen we niet meer naar beneden. De post, medicijnen, afval, maaltijden, alles gaat met liften van en naar de juiste etages en dat is goed geregeld. In het midden van het gebouw hebben we twee liften. De ene is voor de schone spullen, de andere voor het vuil.

Meer dan ooit lopen we rond met een thermometer en een saturatiemeter, want iedereen die ziek is, was, of lijkt, controleren we. Als het even kan, houden we de (mogelijk) besmette ouderen in quarantaine op hun eigen appartement, al is dat op de gesloten verpleegafdeling, waar de mensen met vergevorderde dementie wonen, niet altijd mogelijk. Is dat erg? Niet echt, want we zijn een creatief en vindingrijk team dat haast overal wel een oplossing op bedenkt.

We wassen, we kleden en af en toe moeten we even ons mondkapje en bril afzetten, zodat onze bewoners weten wie er aan hun bed staat. De situatie is niet ideaal, slechthorenden verstaan ons niet en ook non-verbale communicatie is, met al die spullen op, niet echt handig. Toch werken we stug door, drinken extra veel en duiken dankbaar het balkon op tijdens onze pauzes, zodat alles even af kan. Heerlijk!

De telefoon staat roodgloeiend, want de medicijnbox staat in de lift, familie wil het vuile wasgoed hebben en horen uiteraard graag hoe het met hun ouders gaat. Een gastvrouw zet krulspelden in, een stagiaire knipt en lakt nagels, want iedereen moet er zo goed mogelijk uit blijven zien. Met een mobiele telefoon kunnen onze bewoners beeldbellen met hun familieleden, een unieke kans om met deze moderne techniek om te leren gaan. Ondertussen draven wij twee keer per dag, gewapend met desinfecterende middelen langs alle deuren om de boel zo hygiënisch mogelijk te houden, schrobt de huishoudelijke dienst de gangen en kamers grondig en lachen we om elkaars stomme, onhandige acties, zoals het eten van een framboos terwijl je nog een mondkapje op hebt. Totdat onze dienst erop zit, we onze pakken uit mogen doen en in ons vrijetijdsoutfit het pand weer mogen verlaten.

In het restaurant, waar het nu griezelig stil is, is ook het horeca personeel hard aan het werk om de warme maaltijd in karren te verdelen. Ook wij worden extra verwend met soep en wat lekkers, dus voorlopig blijven mijn boterhammetjes thuis. En ’s middags, als er een zak met schoon wasgoed de afdeling op komt, vinden we af en toe een taart, snoepgoed of een mooie kaart. Het bewijs dat ons werk wordt gewaardeerd. Het houdt ons op de been, want samen staan we sterk.

Eigenaardig

Een zucht ontsnapt als ik de motor uitzet. Mijn hoofd duizelt van dat stomme mondkapje dat ik heel de dag heb moeten dragen. De druk ervan op mijn neus en achter mijn oren, voel ik nog steeds. De frisse lucht zal me vast goed doen.

De parkeerplaats is verlaten. Bijzonder, want met mooi weer is het altijd druk in dit natuurgebied. Ik haal mijn schouders op. Ach, het RIVM waarschuwt dat mensen zoveel mogelijk thuis moeten blijven, maar een korte wandeling kan vast geen kwaad. Ik haal diep adem, dan wandel de bossen in. Overal groeien al jonge blaadjes, langs het water zie ik paarse bloempjes en ook in verschillende bomen zie ik witte knopjes die schitteren in het zonlicht. Een zacht briesje blaast tegen mijn wangen en door mijn haar, heerlijk.

Met een brede glimlach geniet ik van dit korte uitstapje. Geen mensen, geen honden, alleen het ritselen van bladeren, het fluiten van vogels en mijn voetstappen. Nog nooit is het hier zo stil geweest.

Mijn gedachten dwarrelen terug naar mijn werk. De ouderen die nu al veel te lang opgesloten zitten zonder bezoek. Ze mogen de afdeling niet eens af. Behalve hun medebewoners en het verzorgend personeel dat rondloopt in schorten, met mondkapjes, handschoenen en een spatbril, zien ze niemand. Twee bewoners liggen op sterven, niet eens door het virus. Alleen zij zien één, hooguit twee familieleden per dag, mits onder strikte voorwaarden. Hoe lang gaat het nog duren?

Naast me springt een ekster op een tak, luid kwetterend. Ik glimlach even om dit opgewonde beest en loop verder. Hij volgt me, strijkt opnieuw vlak voor me op een tak. Driftig wappert hij met zijn vleugels. Wat moet hij toch? Hoofdschuddend vervolg ik het pad totdat een roodborstje vlak voor mijn voeten wegvliegt. Ook dit diertje maakt een hoop kabaal. Vreemd.

Ik stap over een boomstam die dwars over het bospad ligt. Abrupt blijf ik staan. Een muffe lucht dringt mijn neus binnen, de wind is gaan liggen, ook de vogels zijn gestopt met fluiten. Aarzelend zet ik een stap naar voren. Een doffe krak klinkt onder mijn schoen. De wind steekt op. Vlak voor mijn voeten wervelt zand omhoog. Takken zwiepen wild heen-en-weer. In de verte zie ik het witte pluimpje van een hertenstaart wegschieten. Verschrikt deins ik achteruit. Met grote ogen kijk ik om me heen. Zie ik het goed? Voorzichtig wrijf ik over mijn gezicht. Mijn hartslag gaat razendsnel tekeer. Wat gebeurt hier? Ik hoor hout kraken, de zon verdwijnt en boven me klinkt een brommend geluid. In een reflex duik ik in elkaar. Bewegen durf ik niet meer.  

‘Vlucht, snel,’ zegt plotseling een zacht stemmetje vlak naast mijn oor. Mijn hoofd schiet naar links. Op mijn mouw springt een pimpelmeesje. Panierig fladdert hij met zijn vleugels. Ik volg de blik van het diertje. Mijn adem stokt. De bomen die om me heen staan, schuifelen steeds dichter naar me toe. Vlak boven mijn hoofd maaien hun takken in het rond. Ze willen me grijpen.

Mijn knieën beginnen te trillen. Ik wil me omdraaien, wegrennen, maar het kan niet. Om mijn enkel zit een groene stengel gewikkeld. Ik wil mezelf lostrekken, verlies mijn evenwicht en beland met mijn billen op de grond. Vlug draai ik me om. Op handen en één voet zet ik mezelf af. Een windvlaag scheert vlak langs mijn rug. Ik duik naar beneden. Mijn huid voelt klam en plakkerig. Ik negeer het, ik moet ik weg. Met één snelle beweging ruk ik nogmaals om mijn been los te trekken. Het lukt. Eén van de boomtakken grijpt naar mijn arm. Ik kan hem nog net ontwijken. Uit alle macht kruip ik terug naar de omgevallen boomstam, struikel bijna. Haastig spring ik op om weg te rennen. Razendsnel sprint ik het pad af, de bocht om. Nog één keer kijk ik over mijn schouder. De bomen staan rustig op hun plek, alsof er niks is gebeurd. Vogels fluiten hun mooiste lied, de zon brand op mijn jas. In mijn ooghoek zie ik een roodborstje, hij zit rustig op een tak. Een eindje verderop zie ik een ekster. Ik wrijf in mijn ogen en kijk nog één keer achterom. Dan vertraag ik mijn pas, hoofdschuddend. Heb ik dit verzonnen? Hijgend kijk ik naar mijn handen en broek, vol bruine vlekken. Ik klop het losse zand eraf. Met vlugge passen loop ik terug naar mijn auto. Het is vast de vermoeidheid geweest waardoor ik spoken ben gaan zien, toch?

Sociale angst en het Corona virus

Mijn sociale kring is klein, want ik ben graag alleen. Onbegrijpelijk voor mensen die altijd omringt willen zijn door mensen, voor mij zijn rust en stilte van levensbelang. Eigenlijk verandert er voor mij dus weinig door de Corona maatregelen, zou je denken.

Ik werk in de zorg. Terwijl de meeste mensen thuis blijven, help ik anderen met wassen, aankleden, voeding, noem het maar op. Een groot risico, want de afstand tussen mij en de patiënten is lang niet altijd de ruim 1,5 meter die het RIVM adviseert. Talloze maatregelen vliegen ons om de oren. We willen onszelf beschermen, maar ook onze bewoners, de kwetsbare ouderen. Bezoek mag niet meer binnenkomen, vergaderingen en cursussen gaan voorlopig niet door, de gangen zijn verlaten. We wachten met z’n allen op wat komen gaat. De één is optimistisch, de ander doodsbang. Kunnen wij het virus wel buiten houden. Tot nu toe is er nog niemand ziek binnen de zorginstelling waar ik werk, ook al weten we dat de ziekte zich razendsnel kan verspreiden, ook door de milde symptomen of mensen die klachtenvrij zijn.

Net als bijna alle dagen, maakte ik vanmiddag een korte wandeling. Dit is belangrijk, omdat ik op deze manier mijn psychische klachten onder controle kan houden. Nu een groot deel van Nederland thuis zit en de zon volop schijnt, is het ongelofelijk druk op de plekken waar ik normaal gesproken tot rust kom, iets waar ik vreselijk van kan balen. Wat me vandaag opviel waren de grote verschillen in wat mensen droegen. De één had een shirt aan met korte mouwen, de ander een winterjas, sjaal en handschoenen, een enorm contrast. Ik besefte weer eens hoe anders iedereen naar de dingen kan kijken. Wat voor de één als een warm voorjaar voelt, is voor de ander een koude winterdag. En dat maakt dit virus voor mij misschien wel het lastigst. Ik zal je uitleggen waarom:

Mijn sociale angst komt onder andere voort uit de meningen van anderen. Kritiek en veroordelingen wil ik ten alle tijden zien te voorkomen, iets wat in deze onzekere tijd niet lukt. De één vindt dat je binnen moet blijven, terwijl de ander het juist toejuicht als je een rondje gaat lopen. Sommige mensen willen alles over dit virus weten, anderen besluiten om de grote hoeveelheid informatie te filteren en alleen datgene te bekijken wat voor hen belangrijk is. De keuzes die je maakt, kunnen anderen ronduit belachelijk vinden. We maken ruzie over kappersbezoeken, of om de grote hoeveelheden boodschappen die gedaan worden. Het mag niet, is onterecht, of zelfs onverantwoord, terwijl er misschien een hele goede reden voor is om het wel te doen.

Zullen we proberen om wat liever te zijn voor elkaar? Geen verwijten maken om wat niet mag, maar blijven communiceren om elkaars keuzes te kunnen begrijpen? We worden er allemaal door getroffen, hoe we daarmee omgaan, bepalen we zelf, zolang we ons maar houden aan de richtlijnen van het RIVM/GGD.

Verwachtingen – Deel 2

De wasmachine piept, precies op tijd. Vlug wrijf ik met een dweil de tegels van de toiletvloer schoon en bekijk het resultaat. Tevreden loop ik naar de keuken, pluk het wc-matje tussen de schone was uit en ren terug naar de kleine ruimte.

Dit is een vervolg op mijn vorige blog: “Verwachtingen.”

Heel de ochtend ben ik al bezig met de grote schoonmaak. De ramen zijn gezeemd, alles is opgeruimd en gepoetst, zelfs de vaatwasser staat aan. Ik moet alleen nog stofzuigen, daarna is het tijd om uit te rusten.

Ik graai net in het vochtige wasgoed als de bel gaat. Zullen ze er al zijn? Het is pas half drie. Met een zucht laat ik alles los en sprint naar het halletje. Ja hoor, ik herken hun postuur onmiddellijk. Bah, de troep op de grond wilde ik graag opgeruimd hebben voordat ze kwamen. Mijn moeder kan nogal kritisch zijn.

Ze komen om over mijn boek te praten. “Alles onder controle” is een verhaal die voor zeventig procent verzonnen of aangedikt is, de rest is echt gebeurt. Heb ik mijn moeder gekwetst? Heeft zij stukken herkent of verwacht ze dat ik onderdelen schrap? Aan de ene kant ben ik niet zo bang voor dit gesprek, toch knaagt een vervelend stemmetje. Waar wil ze het over hebben?
Een glimlach verbergt mijn ware gedachten, opgewekt laat ik mijn moeder en stiefvader binnen. Een knuffel? Tja, dat Coronavirus. Ik haal mijn schouders op en sla een arm om haar heen. Ook mijn stiefvader begroet ik met een zoen op zijn wang.

‘Koffie?’

Natuurlijk, vooral mijn stiefvader lust altijd wel een bakkie. Een paar minuten later zitten we met z’n drieën naast elkaar. Ik vouw mijn benen onder mijn billen en blaas voorzichtig in de hete mok.

‘Nou, ik heb je boek gelezen,’ begint mijn moeder. Haar stem kraakt, alsof haar keel is dichtgeknepen. Daarna volgt een reeks aan woorden die weinig toevoegen. Het bekende ratelen wat betekent dat ze zenuwachtig is.

‘Ik vind dat je het verrèkte knap geschreven hebt.’

Mijn mondhoeken kunnen niet verder omhoog. Een compliment uit haar mond is vrij uniek, er moet dus wel een kern van waarheid in zitten. Mijn moeder heeft het helemaal gelezen. Zelfs mijn stiefvader, die zelden een boek aanraakt, heeft zich er in een dag tijd doorheen geslagen. Ze willen onder andere weten of ik een dagboek heb bijgehouden en wie Tim is. Het is haast niet uit te leggen dat Tim, net als Sophia, verzonnen personages zijn. Ik heb geen broer, Tim bestaat dus niet. Daarom is het een roman en geen autobiografie. Ik probeer hen uit te leggen waarom ik dit fictieve familielid er in verwerkt heb. Een lastige klus, omdat zij niet Sophia, maar mij voor ogen hadden. Ook mijn stiefvader, die niet eens in het verhaal voor komt, geeft toe dat hij geraakt is. Heeft hij het wel goed gedaan vroeger?

Ik heb geluisterd, hun vragen beantwoord en duidelijk gemaakt dat ik hen niks verwijt. Mijn persoonlijkheidsstoornis is een samenloop van verleden, karakter en gevoeligheid. Een verhaal met een verdrietig randje, maar hopelijk ook met een mooie boodschap, wat jij dit jaar al kunt lezen.

Wist je dat …

  • … mijn debuutroman “Alles onder controle” nog maar een paar stappen verwijderd is van zijn productie?
  • … het manuscript nu bij mijn schrijfcoach ligt, omdat ik een goed product wil verkopen?
  • … deze schrijfcoach mijn hele tekst doorneemt en mij binnenkort zal voorzien van advies om het verhaal te verbeteren?
  • … ik eind maart ga beginnen met herschrijven en me in de tussentijd richt op mijn tweede roman?
  • … dit volgende boek gezien kan worden als vervolg van “Alles onder controle,” maar ook los gelezen kan worden, zonder Sophia als hoofdpersoon?
  • … ik nog een uitgever nodig heb voor het perfecte eindresultaat?
  • … ik hoop dat dit allereerste boek in het najaar in de winkels ligt?
  • … een boek schrijven en (laten) uitgeven veel meer werk is dan ik in eerste instantie dacht?
  • … circa zeventig procent van dit verhaal verzonnen is?
  • … er al vijf mensen zijn geweest die alle hoofdstukken gelezen hebben?
  • … het reuze spannend blijft wat jij straks van mijn boek zult vinden?

Wil je meer weten? Vraag het me gerust. Dit kan in een reactie onder deze blog, op mijn facebookpagina of via de mail: info@ellyschrijft.nl

%d bloggers liken dit: