Eigenaardig

Een zucht ontsnapt als ik de motor uitzet. Mijn hoofd duizelt van dat stomme mondkapje dat ik heel de dag heb moeten dragen. De druk ervan op mijn neus en achter mijn oren, voel ik nog steeds. De frisse lucht zal me vast goed doen.

De parkeerplaats is verlaten. Bijzonder, want met mooi weer is het altijd druk in dit natuurgebied. Ik haal mijn schouders op. Ach, het RIVM waarschuwt dat mensen zoveel mogelijk thuis moeten blijven, maar een korte wandeling kan vast geen kwaad. Ik haal diep adem, dan wandel de bossen in. Overal groeien al jonge blaadjes, langs het water zie ik paarse bloempjes en ook in verschillende bomen zie ik witte knopjes die schitteren in het zonlicht. Een zacht briesje blaast tegen mijn wangen en door mijn haar, heerlijk.

Met een brede glimlach geniet ik van dit korte uitstapje. Geen mensen, geen honden, alleen het ritselen van bladeren, het fluiten van vogels en mijn voetstappen. Nog nooit is het hier zo stil geweest.

Mijn gedachten dwarrelen terug naar mijn werk. De ouderen die nu al veel te lang opgesloten zitten zonder bezoek. Ze mogen de afdeling niet eens af. Behalve hun medebewoners en het verzorgend personeel dat rondloopt in schorten, met mondkapjes, handschoenen en een spatbril, zien ze niemand. Twee bewoners liggen op sterven, niet eens door het virus. Alleen zij zien één, hooguit twee familieleden per dag, mits onder strikte voorwaarden. Hoe lang gaat het nog duren?

Naast me springt een ekster op een tak, luid kwetterend. Ik glimlach even om dit opgewonde beest en loop verder. Hij volgt me, strijkt opnieuw vlak voor me op een tak. Driftig wappert hij met zijn vleugels. Wat moet hij toch? Hoofdschuddend vervolg ik het pad totdat een roodborstje vlak voor mijn voeten wegvliegt. Ook dit diertje maakt een hoop kabaal. Vreemd.

Ik stap over een boomstam die dwars over het bospad ligt. Abrupt blijf ik staan. Een muffe lucht dringt mijn neus binnen, de wind is gaan liggen, ook de vogels zijn gestopt met fluiten. Aarzelend zet ik een stap naar voren. Een doffe krak klinkt onder mijn schoen. De wind steekt op. Vlak voor mijn voeten wervelt zand omhoog. Takken zwiepen wild heen-en-weer. In de verte zie ik het witte pluimpje van een hertenstaart wegschieten. Verschrikt deins ik achteruit. Met grote ogen kijk ik om me heen. Zie ik het goed? Voorzichtig wrijf ik over mijn gezicht. Mijn hartslag gaat razendsnel tekeer. Wat gebeurt hier? Ik hoor hout kraken, de zon verdwijnt en boven me klinkt een brommend geluid. In een reflex duik ik in elkaar. Bewegen durf ik niet meer.  

‘Vlucht, snel,’ zegt plotseling een zacht stemmetje vlak naast mijn oor. Mijn hoofd schiet naar links. Op mijn mouw springt een pimpelmeesje. Panierig fladdert hij met zijn vleugels. Ik volg de blik van het diertje. Mijn adem stokt. De bomen die om me heen staan, schuifelen steeds dichter naar me toe. Vlak boven mijn hoofd maaien hun takken in het rond. Ze willen me grijpen.

Mijn knieën beginnen te trillen. Ik wil me omdraaien, wegrennen, maar het kan niet. Om mijn enkel zit een groene stengel gewikkeld. Ik wil mezelf lostrekken, verlies mijn evenwicht en beland met mijn billen op de grond. Vlug draai ik me om. Op handen en één voet zet ik mezelf af. Een windvlaag scheert vlak langs mijn rug. Ik duik naar beneden. Mijn huid voelt klam en plakkerig. Ik negeer het, ik moet ik weg. Met één snelle beweging ruk ik nogmaals om mijn been los te trekken. Het lukt. Eén van de boomtakken grijpt naar mijn arm. Ik kan hem nog net ontwijken. Uit alle macht kruip ik terug naar de omgevallen boomstam, struikel bijna. Haastig spring ik op om weg te rennen. Razendsnel sprint ik het pad af, de bocht om. Nog één keer kijk ik over mijn schouder. De bomen staan rustig op hun plek, alsof er niks is gebeurd. Vogels fluiten hun mooiste lied, de zon brand op mijn jas. In mijn ooghoek zie ik een roodborstje, hij zit rustig op een tak. Een eindje verderop zie ik een ekster. Ik wrijf in mijn ogen en kijk nog één keer achterom. Dan vertraag ik mijn pas, hoofdschuddend. Heb ik dit verzonnen? Hijgend kijk ik naar mijn handen en broek, vol bruine vlekken. Ik klop het losse zand eraf. Met vlugge passen loop ik terug naar mijn auto. Het is vast de vermoeidheid geweest waardoor ik spoken ben gaan zien, toch?

Gepubliceerd door Elly schrijft

Elly is 39 jaar oud en woont samen met haar vriend, twee cavia's en twee katten in het Brabantse Waalwijk. Vanaf jonge leeftijd schrijft ze al fantasieverhaaltjes, verslindt ze boeken in allerlei genres en typt makkelijk leesbare verslagen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Op dit moment schrijft ze aan haar boek "Alles onder controle." Een psychologische roman over sociale angst. Haar blogs gaan over dagelijkse dingen, psychische klachten en de ontwikkelingen rondom haar boek. Wil je niks missen? Kijk in de rechterkolom en zorg dat je als eerste de link naar de nieuwste blog in je mailbox krijgt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: