Waar ben je?

Er staat een stevige wind. Boven me drijven donkere wolken. Wat doe ik hier? Ik hoor allang binnen te zijn. Ik spits mijn oren. De kale takken zwiepen heen-en-weer. Verder blijft het stil. Zelfs de schelle stem van Daphne is verdwenen.

Wacht eens, ik hoor iets. In de plas vlak naast me verschijnt een kringetje. Dan nog één, en nog één. Oei, regen. Ik moet hier weg, voordat het te laat is. Ik probeer me te bewegen. Naar voren, naar achteren, het lukt me niet.

In de verte blaft een hond. Onmiddellijk duik ik in elkaar. De buurjongen heeft sinds kort ook zo’n luidruchtig beest, Oscar heet hij. Een pikzwarte Labradorpup die altijd wil spelen. Laatst hapte hij naar me. Gelukkig zag de papa van Daphne het net op tijd, tilde me op en bracht me naar mijn slaapplek. Waar zal hij nu zijn? Hij was er toch ook bij vanmiddag?

Een paar uur geleden rende ik nog met Daphne door de deken van gekleurde bladeren. Ze trok me mee aan het touw dat vastzit aan mijn buik. Razendsnel reed ik achter haar aan. Ik hobbelde over boomstronken, door modderpoeltjes, langs de eindeloze bospaden. En nu ben ik hier, alleen. Ik kijk naar de grond. Mijn prachtige, blauwe wielen zijn weggezakt in de blubber. Natte druppels sijpelen via mijn wangen naar beneden.

‘Wil je nog naar de speeltuin?’ had haar papa gevraagd.

Huppelend liep ze met haar vader mee. Ik keek hen na, tot ze uit het zicht verdwenen waren. Ze zouden terugkomen, dat wist ik zeker. Inmiddels is de zon achter de horizon verdwenen, het begint zelfs al te schemeren.

Ik verstijf als ik iets nats voel bij mijn staart. Wat is dat? Voetstappen komen dichterbij, ze blijven staan. Ademloos luister ik naar de geluiden achter me, totdat twee grote handen me uit de zwarte derrie halen.

‘Wat is dit nou, Lobbes?’

Hij tilt me hoog in de lucht. Verschrikt knijp ik mijn ogen dicht. Een doffe dreun galmt na in mijn hoofd, dan is het stil.

Voorzichtig open ik mijn ogen. In de verte verschijnt een oranje gloed, de nacht is voorbij. Met mijn snavel wil ik de druppels van me af poetsen. Auw! De gele verf op mijn rug is beschadigd, het geeft een zeurende pijn. Aarzelend kijk ik om me heen. Mijn wielen, schoon gewassen door de forse regenbuien, staan tegen de schors van een boom. Het touw aan mijn buik is om een knoest geknoopt.

‘Ja, daar is hij!’

Ik herken die stem, de vlugge passen die mijn kant op komen, de warme handen op mijn buik, de zoete geur. Daphne? Ik durf haast niet te kijken.

‘Ik was je kwijt, maar nu heb ik je weer gevonden.’

Gepubliceerd door Elly schrijft

Elly is 39 jaar oud en woont samen met haar vriend, twee cavia's en twee katten in het Brabantse Waalwijk. Vanaf jonge leeftijd schrijft ze al fantasieverhaaltjes, verslindt ze boeken in allerlei genres en typt makkelijk leesbare verslagen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Op dit moment schrijft ze aan haar boek "Alles onder controle." Een psychologische roman over sociale angst. Haar blogs gaan over dagelijkse dingen, psychische klachten en de ontwikkelingen rondom haar boek. Wil je niks missen? Kijk in de rechterkolom en zorg dat je als eerste de link naar de nieuwste blog in je mailbox krijgt.

%d bloggers liken dit: