Geplaatst in Mijn eerste boek

Zoveel foto’s

Volg je me op Facebook of Instagram? Dan heb je vast de vele foto’s gezien die ik tijdens al mijn wandelingen heb gemaakt. Wil jij weten waarom ik dit doe? Dat zal ik je vertellen …

Als klein meisje was ik een binnenkind. De vloer in de huiskamer lag vol met poppen, knuffelberen en lego. Uren kon ik me zoet houden met mijn zelfverzonnen verhalen en vergat hierbij de hele wereld. Mijn moeder werd er af en toe gek van, want elk speelgoed had een eigen stemmetje. Buiten spelen deed ik niet graag. Daar is het vaak koud en nat en dus ging ik, ook toen ik ouder was, niet graag de deur uit.

Drie jaar geleden moest ik wat vaker gaan wandelen. Doktersadvies. Bah, wat viel dat tegen. 2018-10-24 09.33.08Maar met oordopjes en de juiste muziek, stapte ik toch een paar keer per week door de wijk. Als de zon scheen, was het wel fijn. Bij slecht weer deed ik het vooral voor de warme chocolademelk met slagroom na afloop. De routes langs straten en huizen werden al snel vervangen door bospaden. Geen mensen en gebouwen, maar natuurgeluiden en groentinten. Een plek om tot rust te komen. Maar gebeurde dit ook echt?

In april 2018 besloot ik een boek te schrijven. Iets wat ik als kind al wilde, maar het was er nooit van gekomen. Ik verdiepte me in de kunst van het schrijven en oefende met schrijfopdrachten om mijn woorden beter op papier te krijgen. Eén van de opdrachten was:

“Stel, je bent in het bos. Laat je zintuigen werken. Wat voel je? Wat zie je? Wat ruik je? Wat hoor je? Je kunt ook proberen of je wat kunt proeven. Een grasspriet of een kastanje bijvoorbeeld.”

Vol goede moed opende ik een leeg Word document. Mijn vingers lagen op het toetsenbord.  Ik sloot mijn ogen, klaar om aan de slag te gaan. Maar ondanks dat ik een paar keer per week door het bos liep, kon ik geen antwoord geven op de vragen. Een half uur later gooide ik de klep van mijn laptop dicht. Ik griste mijn schoenen uit de kast en vertrok, het bos in. Mijn telefoon ging mee als hulpmiddel om te kunnen schrijven en om foto’s en filmpjes te maken. 20190823_114611Het was een zomerse dag. De bomen waren bedekt met bladeren. Zoveel zelfs dat de vogels zich er makkelijk in konden verstoppen. Verstoppen? Blijkbaar zorgde dit woord voor een stroom aan gedachten. Mijn hartslag steeg. Ik schudde mijn hoofd. Nu niet piekeren hoor. Ik moest me concentreren op de opdracht. Mijn hand rustte op mijn buik. Zachtjes, bij elke inademing, kwam hij iets omhoog en zakte in als ik weer wat lucht liet ontsnappen. Ja, dit was beter. Met een lach op mijn gezicht volgde ik het pad. De zon brandde op mijn blote armen. De wind streek over mijn wangen. Wat voelde ik nog meer? Takjes onder mijn voeten, zachte ondergrond, een vlieg dat op mijn neus ging zitten, maar meteen wegvloog toen ik in een reflex mijn hand optilde om het weg te jagen. Alles noteerde ik in mijn telefoon.

Het was tijd voor de volgende vraag: Wat zie je? Ik zag alleen de grote dingen. Bomen, aarde, lucht en water. Maar toen ik beter keek, zag ik ook bijtjes, fleurige bloemen, zelfs een kikker. De details verbaasden me. Dit was me niet eerder opgevallen. Met mijn telefoon maakte ik foto’s. Thuis kon ik die gebruiken om de oefening uit te werken. En zo kwamen al mijn zintuigen aan de beurt.

Regelmatig maak ik nu dit soort wandelingen. Niet nadenken. Bewust de aandacht vestigen op datgene wat ik doe. De foto’s helpen me om mijn boek te verfijnen, maar ook om stil te staan bij mijn omgeving. Er is zoveel moois. Je moet alleen goed kijken.20191009_160337

Advertenties
Geplaatst in Mijn eerste boek

Vakantie

Weet je waar ik tot twee jaar geleden nog nooit bij stil heb gestaan? Als je langdurig in de ziektewet zit, mis je de dingen zoals vakanties. Je bent elke dag vrij, omdat herstellen en rust op dat moment prioriteit hebben. Elke dag is hetzelfde. Het ritme van je week wordt bepaald door de mensen die wél werken of studeren. Of door de afspraken die je hebt met specialisten die je helpen om weer beter te worden.

Vorig jaar werd me duidelijk hoe waardevol zo’n vakantie eigenlijk is. Het betekent dat je deel uitmaakt van de maatschappij. Je hoort ergens bij en mag jezelf nuttig maken. En dit wordt beloond met een paar weken vrij. Zodra je niet meer kunt werken, valt dit allemaal weg.

De aankomende vakanties en feestdagen ontgingen me vaak volledig, totdat het zover was. En dan was alles om me heen ineens anders. Caravans werden schoongemaakt en achter auto’s gekoppeld, scholen waren verlaten en ook thuis verliepen de dagen niet meer zoals ik gewend was. Mijn vriend bleef thuis. We sliepen uit, gingen uitstapjes maken en klusjes die al veel te lang waren blijven liggen, werden nu afgemaakt. Na al die maanden dat ik overdag alleen was, brachten we onze tijd ineens weer samen door. En toch miste ik dat typische vakantiegevoel. Samen aftellen tot het eindelijk zover was. Het plannen van activiteiten. En balen dat het veel te snel voorbij was.

Nu, na bijna twee jaar thuis te zijn geweest, ben ik weer aan het re-integreren. Met vallen en opstaan. Hopen dat ik snel weer volledig mee kan draaien en daarna ontdekken dat het toch niet zo snel gaat als ik zou willen.

Ach, achter de schermen gebeurt er van alles, maar dat is nu even niet belangrijk. Want eindelijk kan ik weer zeggen: ‘Ik heb vakantie!’ Niks moeten. Onbezorgd genieten van een paar vrije weken. Het weer zit mee en de eerste dagen waren heerlijk.

Volg jij mijn Facebook pagina “Elly schrijft” al? Hier vind je ook een kleine selectie vakantiefoto’s.

Ben je benieuwd naar de vorderingen van mijn boek “Alles onder controle”? Klik dan hier

Geplaatst in Mijn eerste boek

Historie

Weet je nog dat ik je vertelde over mijn ideale schrijfplek?

Er staat een bordje bij deze plek van Natuurmonumenten. De informatie verbaasde me, maar zette me ook aan het denken:


“Het galgenwiel
Op 4 maart 1658 brak het water door de Hoevenaarsdijk en de Meerdijk (waar nu café Het Galgenwiel staat). Op deze plekken werd de ondergrond door het sterk stromende water weggespoeld met als resultaat een diep gat: een wiel.
  • Het Galgenwiel dankt zijn naam aan de Heer van Waalwijk, die hier galgen plaatste.
  • De heer liet misdadigers op deze manier zien, dat hij de doodstraf niet schuwde.
  • Voor zover bekend zijn drie vrouwen op 15 mei 1727 op het marktplein in Waalwijk terechtgesteld en hier opgehangen ter extra waarschuwing. Om vervolgens door ‘de vogelen en de wind te worden verteerd.’
  • Het Galgenwiel bevat voedselarm water. Hierdoor groeien er specifieke planten, zoals moerashertshooi, koningsvaren en waterlelie. Rond het wiel vind je eiken en gagel.
  • Op het ven kun je meerkoeten, waterhoentjes en wilde eenden zien, ook leven er uilen in de omgeving.”

Kun jij je voorstellen dat hier vroeger mensen werden opgehangen? Dat dit gebeurde in een land zoals Nederland? Dat er mensen waren die misbruik maakten van hun positie? Die dachten dat zij belangrijker waren dan de rest?

Gelukkig heeft de natuur er iets moois van gemaakt. Is er van de galgen niks meer te zien. Kunnen dieren hier vrij leven en mag ik genieten van deze prachtige natuur.

Of de informatie helemaal klopt, is niet gecontroleerd.

Geplaatst in Mijn eerste boek

Mijn ideale schrijfplek

Eindelijk. Na een wandeling van een half uur kom ik aan op mijn bestemming. De zon brandt op mijn rug. De wind waait zachtjes door mijn haar. Het ideale weer om buiten te schrijven.
Tussen twee hekken in loop ik door het mulle zand dat al snel overgaat in een bospad.
“Eikenprocessierups actief” waarschuwt een bord. Ik laat me er niet door afleiden. Rond deze tijd zijn de meeste rupsen uitgegroeid tot vlinder, dus van de haartjes zal ik vast niet veel last meer hebben.
Het kraken van afgebroken takjes en het knisperen van dorre blaadjes onder mijn schoenen geven een rustgevend gevoel. Het helpt me om alles te vergeten. Even geen zorgen. Geen zeurende voeten. Geen mensen.

Soms vergeet ik de wereld om me heen. Dan loop ik zonder te kijken. Laat ik me in beslag nemen door al mijn gedachten. Maar hier kom ik tot rust. Dwing ik mijn zintuigen om te werken, zodat mijn hoofd geen ruimte krijgt om te piekeren.

Rust. De afgelopen twee jaar heb ik geleerd wat het is en wat ik moet doen om uit de cirkel te stappen die me onrustig maakt. Me lam kan leggen. Ervoor zorgt dat ik de verbinding met de wereld weer eens verlies.
Hier, op deze plek, komt alles weer tot leven. Hoor ik talrijke vogels die vliegen van de ene naar de anderen bestemming of verscholen zitten tussen de enorme bladeren massa.
Ik zie verschillende tinten groen, afgewisseld met kleurrijke bloemen en oranje bessen. In de verte, waarschijnlijk vanuit de woonwijk, komt geluid van boren en zagen. Zonde, want ze horen niet thuis in de bossen.
Ik volg het bospad. De vijver rechts van me is droog. De schade van vorig jaar zomer. Al weet de natuur er wel raad mee. In de modderpoel groeien nu prachtige bloemen en struikjes. Zelfverzekerd, alsof ze er al jaren staan. Wonderlijk hoe de natuur haar eigen oplossingen bedenkt.
Een stukje verderop kan ik rechtdoor, het bospad volgen, of over een houten brug naar de overkant van een andere vijver. Ik kies voor het laatste en blijf halverwege staan. Mijn handen op de reling. In deze vijver staat wel voldoende water en tal van prachtige waterlelies met gele bloemen. De zon schittert in het water en geeft een speciale gloed aan alle kleuren. De lichtblauwe lucht op de achtergrond maakt het plaatje compleet. Bijna perfect zelfs.

20190709_132913
Ik controleer mijn ademhaling. Rustig. Regelmatig. Precies zoals het moet zijn. En dan is het tijd om te schrijven. Ik verlaat de brug en loop naar mijn ideale schrijfplek. Een bankje bij het water. Verlaten. Verscholen tussen hoge bomen. Aan de lege blikjes zie ik dat er soms mensen komen. Soms, maar niet als ik er ben.
Wat erg toch dat het niet voor iedereen vanzelfsprekend is om je eigen troep op te ruimen.
Ik neem plaats op het bankje. Wat is het hier stil. Op het fluiten van vogels, het zacht ruisen van bladeren en het rustig kabbelen van het water als er een Meerkoetje voorbij zwemt na, hoor ik niks. Een oase van rust. Ik pak mijn schrijfspullen tevoorschijn en schrijf. De woorden komen vanzelf. Alsof ze al die tijd verstopt zaten en er nu allemaal tegelijk uit willen.

20190709_131848.jpg

 

Geplaatst in Mijn eerste boek

Schrijven op de fiets?

Het verhaal van Sophia groeit elke dag een beetje. Zittend met mijn laptop achter aan tafel, maar soms ook ’s avonds tijdens het tv kijken. Of bovenop een afgezaagde boomstronk midden in de natuur. Mijn telefoon is dan mijn notitieboekje.

Heel soms maak ik een speciaal hapje of drankje om mijn zintuigen te prikkelen. Of koop ik aardbeien waar ik op een zomerse dag zo heerlijk van kan genieten. Meteen komen dan herinneringen boven. De geur, de smaak, het sap dat eruit sijpelt als je een hap neemt. Vingers die dan onmiddellijk gaan plakken.
En soms, als ik op de fiets zit, op weg naar de supermarkt, borrelt er ook wel eens iets omhoog. Een woord. Een zin. Snel pak ik dan mijn telefoon, maar stop hem dan ook meteen weer weg. Want vanaf 1 juli mogen we dat ding niet meer vasthouden in het verkeer. Het leidt ons teveel af. Er gebeuren teveel ongelukken. En dus moet ik mezelf nu maar vast gaan aanleren om af te stappen als ik iets wil noteren. Een boete van €95,- vind ik toch echt teveel.

Maar is dit verbod echt zinvol? Gaan we niet een beetje te ver met al die wetten? Ik kan echt wel op het verkeer letten terwijl ik een berichtje type, ook al merk ik wel dat mijn wielen niet altijd meer netjes recht vooruit gaan. Slingerend kan ik toch nog prima fietsen zonder anderen te raken.
Toch merk ik steeds vaker dat mensen om me heen steeds meer in dat digitale mini computertje gezogen worden. Ze hebben geen oog meer voor hun omgeving. Nog geen drie minuten geleden zag ik hoe twee vrienden naast elkaar liepen, maar elkaars aanwezigheid niet eens leken te merken. Vreemd. Maar zelf doe ik er even hard aan mee.

Geen telefoon meer in het verkeer. Eigenlijk vind ik het wel een goed idee. Al zullen er genoeg mensen zijn die zich er niks van aan zullen trekken. Kijk maar naar de automobilisten. Ik ga pas protesteren als ik ooit als wandelaar mijn telefoon niet meer mag gebruiken.

Wat vind jij van deze nieuwe wet?

Burn out en de natuur

Tijdens het schrijven van mijn boek is het soms nodig om op zoek te gaan naar achtergrondinformatie. Daarom ben ik afgelopen week in gesprek geweest met Marc Harens. Hij is ondernemer, coach en running therapeut bij Brn-out.com. Hij helpt mensen bij het herstelproces na een burn out.

Hij is zelf hardloper en doet aan krachttraining. Hij vindt dit belangrijk, omdat hij zichzelf op deze manier gezond en fit voelt, maar ook om te ontspannen, rust in zijn hoofd te creëren en voor creativiteit en emotionele stabiliteit.


De hoofdpersoon uit “Alles onder controle” heet Sophia. In haar verhaal krijgt zij de volgende diagnoses: “ontwijkende persoonlijkheidsstoornis”, “depressie” en “burn out”. Zij kreeg het advies om elke dag naar buiten te gaan en te gaan wandelen of hardlopen.

Bij een burn out is er sprake van ernstige vermoeidheid, zowel geestelijk als lichamelijk. Je kunt je slecht concentreren en weinig onthouden. Je voelt je volledig uitgeput. Ook ben je emotioneel instabiel. Je huilt makkelijker, bent prikkelbaar en kunt niet goed meer tegen drukte of lawaai. Vaak gaat het gepaard met een depressieve stemming, piekeren, slecht of onrustig slapen en een gejaagd gevoel. Je hebt het gevoel dat je het leven niet meer aankunt en vaak lukt het ook niet meer om de dagelijkse dingen te blijven doen.
De diagnose wordt gesteld door de huisarts, psycholoog of psychiater.

Sophia gaat, op advies van haar huisarts, elke dag een half uur wandelen in haar wijk. Na een week voelt ze zichzelf nog steeds even somber. Bij patiënten zoals Sophia adviseert Marc om toch door te zetten. Als het mogelijk is, kun je het beste in de natuur wandelen. Met je blik naar de horizon gericht in plaats van naar de grond.  Want als je naar de grond kijkt, ga je piekeren. Probeer de omgeving in je op te nemen tijdens het lopen.

Slecht slapen en veel te veel werken zorgen ervoor dat Sophia uitgeput raakt. De eerste periode van haar ziekmelding is alles haar teveel. Maar ondanks dat haar lijf te moe is, wil ze wel graag elke dag even naar buiten. Ze moet kiezen tussen het luisteren naar haar lichaam en een beetje beweging en frisse lucht. Marc legt uit dat veel rusten, herstellen en extra slaap essentieel zijn tijdens de eerste vier tot zes weken. Daarna neemt het effect van het extra slapen af en kun je energie gaan opbouwen door bijvoorbeeld te wandelen. In het begin zijn dit nog korte stukjes of met een pauze momentje tussendoor. Geleidelijk aan kun je de afstand gaan vergroten.

Leer te luisteren naar je lichaam, maar hou er wel rekening mee dat depressieve gedachten ervoor zorgen dat de fut ontbreekt. Uiteindelijk gaat het om een goede balans tussen inspanning en ontspanning.

Sophia is vlak voor haar ziekmelding gestart met haar eerste hardlooptraining. Nu ze thuis zit met een burn out wil ze dit graag zo snel mogelijk weer oppakken. Marc zou haar adviseren om contact op te nemen met een running therapeut die gespecialiseerd is in burn-out begeleiding. Hardlopen kan namelijk vrij snel averechts werken en het lichaam uitputten. Een running therapeut kan helpen met het juiste tempo, de juiste belasting, de juiste duur, ademhaling en herstel.

Sophia is gelukkig helemaal gezond en kan elke sport uitoefenen die ze wil. Maar wat moet je nu als je lichamelijke klachten hebt of verschillende allergieën hebt waardoor je beperkt bent en niet zomaar naar buiten kunt? Of waarbij zelfs een kleine wandeling niet haalbaar is?
Marc zou deze mensen willen adviseren om iets te zoeken wat je wel kunt. Fietsen bijvoorbeeld. Als je slecht ter been bent, zou een park een optie kunnen zijn die rollator en rolstoelvriendelijk is. Mensen met een allergie kunnen tijdens de herfst en winter gewoon de natuur in. Gebruik die momenten om natuurgebieden op te zoeken.

 

Geplaatst in Mijn eerste boek

Media en psychiatrie

Met mijn boek “Alles onder controle” wil ik taboes doorbreken. Onwetendheid wegnemen over mijn eigen psychische klachten. Maar deze keer wil ik stilstaan bij iets heel anders:

Goede Tijden Slechte Tijden is een soap die soms wat tongen losmaakt. Veel onderwerpen gaan langs me heen, maar soms raken ze me. De afgelopen weken sprongen mijn haren recht overeind. Een jonge acteur moest de rol spelen van iemand met de psychiatrische aandoening “DIS”. Haar personage had, zonder dat ze het wist, een tweede persoonlijkheid. Gewelddadig en in staat om mensen pijn te doen en zelfs te vermoorden.

Alle alarmbellen gingen bij mij af. Psychiatrisch patiënten zijn kwetsbaar. Moeten soapschrijvers zich hier wel mee bezig houden? De boodschap die werd overgebracht was schokkend: “Mensen met deze diagnose zijn gevaarlijk”.

Zal ik, net als de meeste kijkers, maar gewoon aannemen dat dit beeld klopt? Nee. Ik wil het niet. Ik kan het niet. En daarom ben ik op onderzoek uitgegaan. Ik heb deskundigen gesproken. De mensen die hier elke dag mee te maken hebben. Wat is hun verhaal?


Tika Stardust laat weten:
“Zelf ben ik 50+ en heb grotendeels een super apart, leuk leven! Af en toe de zwarte kant (mijn trauma’s) die ik het best alleen, bewegingloos en zonder geluid en licht door moet zien te komen. Het is altijd wel fijn als minstens één iemand weet dat het even super slecht gaat, maar niemand kan er iets aan veranderen. Hoe heftig ook: het gaat tot nu toe altijd na twaalf tot achttien uur over. Ik heb heel veel aan yoga en meditatie.
De meeste tijd kan ik me gelukkig richten op alle positieve dingen in mijn leven. Ik ben super blij om te kunnen spreken in het openbaar over positieve ontmoetingen.
Ik gebruik mijn geboortenaam niet veel meer. Als “Tika Stardust” heb ik in mijn derde boek geschreven: “Het kado – Mijn vader sterft.” Het beschrijft de worstelingen op mijn weg van acceptatie naar meer en meer liefde.
‘Een gewelddadige persoonlijkheid’? Dat is een sensationele media dwaling.
Wat ik doe is makkelijk te vinden als je “Tika Stardust” googelt.
Daarnaast ben ik af en toe Clown in de zorg. Ik voel me rijk en gelukkig dat ik voor mijn inkomen kan zorgen en veel kan doen waar ik blij van word.
Ik zou het fijn vinden als mensen intuïtief zorgzaam met me om zouden gaan, of me respectvol met rust laten, want wat je energie geeft wordt groter. Het zou mooi zijn als we allemaal van harte streven naar een respectvolle liefdevolle samenleving.


Mirte vertelt:
“Mijn naam is Mirte, 46 jaar, 23 jaar samen, waarvan 21 jaar getrouwd met Ingrid en trotse moeder van 2 dochters Mette is 20 jaar en Lotta 16 jaar.
Toen ik werd geboren was mijn vader alcoholist en mijn moeder psychisch ziek. Liefde en aandacht heb ik nooit van hen gehad. Op heel jonge leeftijd (ongeveer 5 jaar) werd ik het huis uit geplaatst. Ik werd onderzocht door jeugdzorg en daar kwam naar voren dat ik in een eigen wereldje leefde.
Ik had geen enkel contact met andere mensen en speelde met zogenaamde fantasie vriendjes. Achteraf gezien waren het geen fantasievriendjes maar delen uit mijn binnenwereld.
Ik kwam terecht in allerlei kindertehuizen, internaten, gast- en pleeggezinnen. Op verschillende plaatsen waar ik heb gewoond werd ik ernstig verwaarloosd, mishandeld en seksueel misbruikt. Hierdoor ontwikkelde ik steeds meer persoonlijkheden. Ik heb heel veel therapieën en behandelingen gehad. Opnames, deeltijdbehandelingen en ambulant. Ik had de diagnose, alleen wisten ze niet hoe ze hier mee om moesten gaan.
Het duurde ongeveer 40 jaar om een passende behandeling te vinden.
Sinds een aantal jaar heb ik een psycholoog die veel kennis heeft van DIS. Het is fijn dat hij mij/ons begrijpt en dat we met alles bij hem terecht kunnen.
Het vervelende aan DIS is dat ik veel tijd kwijt bent. ’s Avonds weet ik niet meer wat ik de hele dag heb gedaan. Wanneer iemand anders de taken overneemt, heb ik daar geen herinneringen aan.
Door nachtmerries en herbelevingen hebben we nauwelijks nachtrust, daarbij komt dat er bijna altijd delen wakker zijn. We zijn dus eigenlijk altijd moe en hebben last van CPTSS.
Het voelt als een chronische burn-out , een geestelijke en lichamelijke depressie. Angst en paniek liggen altijd op de loer omdat de buitenwereld niet veilig voelt.
Daarnaast zijn er ook nog lichamelijke klachten zoals buikpijn, hoofdpijn en spierkrampen waaronder angina pectoris. Ook lichamelijk hebben we soms last van herbelevingen. De pijn die er was tijdens de traumatische gebeurtenissen komen in alle hevigheid terug. Aan de andere kant, wordt pijn vaak weg gedissocieerd waardoor ik al een aantal keer te lang heb gewacht voordat ik met klachten naar de huisarts ging en met spoed geopereerd moest worden.
Sinds mijn 18de ben ik arbeidsongeschikt verklaard. Werken is in mijn situatie helaas niet mogelijk.
De energie die ik heb, heb ik nodig om me staande te houden en om voor mijn gezin te zorgen.
Verder zet ik me in voor lotgenoten, omdat DIS vaak niet herkend en erkend wordt en om de taboes rondom mensen met een psychische aandoening te doorbreken.
Het beeld dat gegeven wordt in films, klopt meestal niet. Ik vind het triest dat er altijd een negatief beeld word neergezet. Een moordenaar, ontvoerder, verkrachter, enz. Delen zijn ontstaan vanuit bescherming. Er zijn ook delen die vanuit bescherming gewelddadig kunnen zijn. Alleen zullen zij dit gebruiken als uiterste redmiddel.
Toen ik Ingrid leerde kennen, was ik het vertrouwen in alles en iedereen kwijt.
Jaren hield ik verborgen wat ik allemaal heb meegemaakt.
Ik was er van overtuigd dat Ingrid mij zou verlaten wanneer ze er achter zou komen dat ik meerdere persoonlijkheden in me heb.
Nadat onze jongste dochter was geboren, ging het helemaal mis met mij. Ik kreeg last van nachtmerries en herbelevingen en zag het leven niet meer zitten omdat ik dit met niemand kon delen. Uiteindelijk zakte ik letterlijk door mijn benen en kwam het verdriet van al die jaren naar buiten. Ik was uitgeput en kon alleen nog maar huilen. Ingrid was heel erg bezorgd om mij. Hoe hard ik het ook probeerde, erover praten kon ik niet.
Ik liet haar een website lezen waar uitgelegd werd wat DIS was. Haar reacties had ik nooit verwacht. Ingrid was opgelucht omdat ik haar eindelijk toe liet.
Alles wat ze las, herkende ze meteen. Ze werd emotioneel en zei dat ze nooit bij me weg zou gaan. Ze accepteerde mij en al mijn persoonlijkheden. Het duurde jaren voordat ik haar geloofde. Ik was niet anders gewend dan afgewezen te worden, voor mijn 18de levensjaar werd ik 27 keer van hot naar her gestuurd.
We zijn nu 23 jaar samen en we groeien steeds meer naar elkaar toe.
Ik ben zo dankbaar dat zij in mijn leven is gekomen en dat we samen een warm en liefdevol gezin vormen. Zij hebben mij geleerd wat “vertrouwen” en “onvoorwaardelijk liefde” betekenen.
Echte vrienden heb ik niet. De meeste mensen haken af omdat het allemaal te ingewikkeld is. Ik kan bijvoorbeeld niet vooraf dingen plannen omdat ik van dag tot dag leef.
Ik heb mijn gezin, vrij veel contact met lotgenoten en eigenlijk vind ik dat voldoende.
Mensen zouden mij en andere lotgenoten kunnen helpen door hun vooroordelen/oordelen aan de kant te zetten en het gesprek aan te gaan. We zijn ook gewoon mensen alleen hebben we zoveel meegemaakt dat het nodig was om (onbewust) een eigen veilige wereld te creëren.
Je kan ook op onze site kijken: ikbenwijzijn.nl


Marieke (54 jaar) vertelt:
Ik heb te maken met de symptomen van mijn Lief die DIS heeft. Zelf heb ik er dus geen last van. Enorm lastig om mee om te gaan, de stemmingswisselingen, de depressiviteit, het onvermogen door te dringen, de onzekerheid en zijn fysieke klachten die mede veroorzaakt worden door DIS
Mijn Lief heeft er vanaf zijn 5e mee leren leven en had eigenlijk alles behoorlijk op de rails totdat hij legionella kreeg en 6 weken in coma heeft gelegen. Daarna ging het eigenlijk per dag achteruit en nu, 4,5 jaar later is er eindelijk de officiële diagnose.
Een buurman die iets teveel van jonge kinderen hield en de ouders die dat (we hebben het over een andere tijd) daar niet adequaat op hebben gereageerd.
Ik ben full-time werkzaam, mijn Lief is afgekeurd en wacht op een behandelingsplek.
Ik bespeur soms een gewelddadige persoonlijkheid maar ik kan hem daar altijd meteen op aanspreken en dan wordt hij rustig en biedt hij zijn excuses aan.
Op dit moment wachten we op behandeling.
Ik vind het enorm lastig om mijn Lief te helpen, we praten veel en proberen echt alles bespreekbaar te maken maar ik voel me enorm tekort schieten. Bovendien is er de onmacht van het niet kunnen voelen en begrijpen wat er in zijn hoofd omgaat.


Esther neemt me mee in haar leven, haar jeugd en haar therapieën:

“Als kind was ik (Esther, 50 jaar) een verlegen, teruggetrokken meisje. Snel het mikpunt van pesten. Dat was soms zo erg, dat ik bij een fietsenstalling wachtte tot de bel ging en dan pas het schoolplein opkwam, zodat ik maar niet met de andere kinderen hoefde te spelen. Tussen de middag moest ik mijn vader ophalen uit de winkel en dan fietsten we samen naar huis. Achteraf bleek dat hij omdat hij af en toe alleen was in de winkel dan kans zag mij daar te misbruiken. Later ging dat over naar jarenlang misbruik in huis totdat ik de deur uitging. Het was niet de enige ellende die ik meemaakte en het ene na het andere stapelde zich op.

Zo goed en kwaad als mogelijk was probeerde ik het weg te stoppen en dat lukte me ook, dacht ik. Maar niets is minder waar. Ik gaf wel degelijk signalen af. Zo begon ik al op jonge leeftijd met automutileren. Dat nam zulke grote vormen aan dat ik het enige meisje was dat op middelbare school een legging aan mocht bij gymnastiek terwijl de andere meisjes een korte broek droegen die voorgeschreven was op die school.

Ik schreef een gedicht voor een Engelse les:
I feel
no love
no hate
no pain

I feel
your eyes
looking down
on my
trampled Self

Ik wist niet wat deze woorden betekenden. Het enige dat ik wist was dat ik het zo moest opschrijven. Veel jaren later begreep ik de woorden pas. Begreep ik pas, dat het vertrapte zelf, een deel van mij was, en begreep ik dat een ander ik, dan het jonge meisje dat ik was, deze woorden naar buiten perste de wereld in, in een noodkreet om hulp. Maar niemand luisterde. De juf vroeg hooguit een keer, waarom ik zo bleek was en of het wel goed met me ging. ‘ik’ haastte me om te zeggen: “Ja, prima”. Dat “Ja, prima” leek wel een handelsmerk te worden.
Het leek steeds makkelijker om een masker te gaan dragen, een soort buitenkant.

Jongvolwassen
Ik ging studeren en dat ging wonderlijk goed. Jaren van een soort rust en succes volgden. Ik maakte voor het eerst van mijn leven vrienden, en dat kwam vooral omdat ik niet meer thuis woonde. Maar de binnenkant van mij vertoonde een grote leegte en het voelde alsof ik in een witte wereld leefde, een wereld zonder iets erin. Een wereld zonder ervaring.

Nadat ik mijn man leerde kennen kwamen de problemen terug. Zijn familie accepteerde mij niet door religieuze verschillen. En mijn angsten keerden in rap tempo terug, maar ik deed mijn uiterste best ze te ontkennen. We trouwden tegen alle tegenwind in en al snel kregen we een kind. De bevalling verliep uiterst traumatisch.
Ik kon het niet langer tegenhouden en het hele traumaverleden viel over mij heen. Het was een grote herbeleving van vroeger.
Enkele weken later werd ik met de baby vanwege psychotische angsten opgenomen in de psychiatrie.

Opname
Enkele opnames volgden, maar omdat ik op en af last had van dissociaties, maar de dissociatieve episodes door enorme interne kracht wist te onderbreken als ik bij de baby was, werd ik niet geloofd.
Zodra ik alleen was, overvielen mij de grootste angsten, maar de psycholoog zei, dat ik wel een heel grote fantasie had. De angsten openbaarden zich door middel van psychosen maar hij vond het waanvoorstellingen.

De opname die daarop volgde verliep anders, ik kwam in een tweestrijd terecht tussen twee psychiaters. De ene geloofde wel dat DIS (Dissociatieve Identiteits Stoornis) bestond, de ander niet. En ik was net bij de laatste ingedeeld. En dus kreeg ik geen diagnose, of, wel, borderline, maar, dat heb ik niet.

Op een gegeven moment viel ik weg, dat noem je Hypo-arousal. Je kunt door stress een Hyperarousal krijgen, als je heel veel stresshormonen door je lichaam voelt gieren van hevige angst en stress. Dan schiet je bloeddruk omhoog en dan word je super alert en angstig. Maar als mensen daar voorbij zijn en door hevige schrik en angst een soort Totstellung (Hypo-arousal) doodgevoel ervaren, dan neemt juist de bloeddruk af. En dan val je bijna flauw. Bijna, want als door een tunnel kon ik dan nog wel in de verte horen wat er gezegd werd. Dat had ik dus soms. Als ik dat soms had op de afdeling, dan liet men mij liggen. Ik had het vaak onder de douche. Want de confrontatie met mijn eigen lichaam was te erg en verschrikkelijk voor mijzelf. Dan moest ik meteen weer denken aan de dingen die met mij gebeurd waren. En dan viel ik bijna flauw.
Maar het kon ook zomaar tijdens het eten gebeuren of in de gang.
Eén keer stapte de psychiater met zijn hele team over mij heen. Dat weet ik omdat een verpleegkundige die mij later nog eens heeft ontmoet dat later aan mij heeft verteld.

Tijdens deze en andere opnames werd ik niet beter, maar nog slechter dan ik al was. En ik was verschrikkelijk suïcidaal. Ik was te bang om te leven, en te bang om te sterven. Soms zat ik in de separeer en dan dacht ik, ik hoor niet hier op deze wereld, maar ik hoor ook niet in Gods wereld. Daar mag ik niet zijn, dat verdien ik ook niet. Ik leef ergens tussenin en dat is onverdragelijk met de angsten die ik 24 uur per dag moet lijden.
Want 24 uur per dag had ik het gevoel dat ik werd aangevallen en verkracht.

Grenzeloos
Op sterven na dood heeft mijn man mij daar weggehaald en naar een mevrouw gebracht die geprobeerd heeft mij op mijn benen te zetten. Helaas kon zij dat niet doen zonder haar eigen grenzen goed in acht te nemen.
Dus wat eerst heilzaam leek was het achteraf ook niet. Zij noemde mij haar verloren dochter en had mij meer nodig dan ik haar uiteindelijk en ook dat liep niet goed af.
Maar ik heb wel een stukje van mijn leven aan haar te danken.

In die tijd heb ik ook weer een paar jaar kunnen werken, maar ook mijn lichaam begon uitval te vertonen. Mijn ogen en mijn longen werden ziek. Het begin van een langdurig traject van auto-immuunziekten.

Opnieuw ontkwam ik niet aan de psychiatrie. En ditmaal op een heel andere plek op gesloten afdelingen van zware psychiatrie. Ik maakte veel mee met ernstig zieke psychiatrisch patiënten die soms ook gewelddadig waren. Ook dit werkte traumatiserend.
Maar ook de verpleegkundigen gingen mij beschouwen als een niet te helpen psychiatrisch patiënt. Iets dat ik zelf toch heel anders zag. Ik was afgestudeerd wetenschapper en had ook als zodanig een aantal jaren gewerkt en mijn psychisch ziek zijn weet ik echt aan mijn trauma’s. Ik vond niet dat ik gek was en ik wilde mijn stoornis laten onderzoeken. Ik kreeg daarvoor echter geen kans.
Uiteindelijk heb ik zelf via internet een traumatherapeut gebeld en gevraagd om een second opinion en dat ook gekregen. Maar ik kreeg veel tegenwerking.

Ik kreeg de second opinion en binnen drie kwartier zei de psycholoog aan de hand van diagnostische vragenlijsten dat ik een dissociatieve stoornis had. Het was een heel enge ervaring, want de kamer waar ik in zat leek opeens te veranderen in een totaal andere ruimte en ik werd opeens heel klein. Achteraf zei hij dat hij me in een klein meisje zag veranderen en dat mijn stem ook anders werd. Daar had ik zelf niets van gemerkt.

Second opinion
Het duurde nog anderhalf jaar voordat ik bij het therapiecentrum terecht kon bij deze therapeut. Sindsdien heb ik keihard gewerkt samen met hem om te genezen van DIS. Want volgens hem leed ik aan de zwaarste (tertiaire) vorm van DIS. Dat betekende dat ik alle kenmerken had van DIS. Ik kon tijdens een sessie wisselen van delen van de persoonlijkheid. Dat kon zijn van Esther, naar een klein kinddeel, naar een boos deel en dan weer terug (met een beetje geluk). En het kon zijn dat door een gesprek heen ik dan stemmen hoorde die het gesprek onderbraken, of commentaar leverden in mijn hoofd. Dat laatste gebeurde eigenlijk altijd of constant.
Er waren momenten dat dat praten meer schreeuwen was of dat het was alsof er volksstammen mee dreunden.

Er waren dagen dat ik verschrikkelijk gehuil hoorde in mijn hoofd.. van een klein kindje.
Als we dan in therapie werkten aan dat huilen van het kind, dan kwam het kind opeens tevoorschijn en was het of ik opeens dat kindje was geworden.

Of de therapeut praatte met mij en dan zei ik opeens; “Je denkt dat je nu wel met mij praat, maar dat is helemaal niet zo, …” en dat soort dingen. ..

Dit zijn maar een paar voorbeelden van wat je noemt, intrusies van andere delen.

Ik noem het allemaal delen van mijn persoonlijkheid, want ik ben het natuurlijk allemaal zelf.
Alleen, we zijn ergens onderweg kwijtgeraakt of afgesplitst toen er iets zo ergs gebeurde, dat we niet bij elkaar konden blijven, of niet één Esther konden blijven.
En dat kan juist het geval zijn bij jonge kinderen.

Een jong kind heeft een papa of mama nodig, om het te steunen en te troosten als er moeilijke of ingrijpende dingen gebeuren en dat te helpen integreren.
Als zo’n steunende ouder ontbreekt en er gebeuren verschrikkelijke dingen,
Dan kan het kind niet anders dan deze dingen opslaan op aparte plekken in het brein.
Alleen gaan die dingen dan wel een eigen leven leiden en dat is wat gebeurt bij DIS.

Het lijkt een fantastisch overlevingssysteem en dat is het ook, maar niet als je volwassen wordt.
Dan is het niet meer zo handig, en dan is het juist weer zaak om dit overlevingssysteem weer op te heffen en dat is wat ik de afgelopen jaren bij traumatherapie heb geleerd en geoefend.

Integratieve Traumatherapie
Voor mij heeft gewerkt om integratieve traumatherapie te doen.
Ik heb dat bij twee (na elkaar) geweldige traumatherapeuten gedaan.
Vooral de laatste therapeut heeft me enorm goed geholpen.
Als de taal mij ontbrak bij het vertellen en het dissociëren, gingen we samen tekenen.
Heel eenvoudige potloodtekeningetjes.

Deze tekeningetjes gingen vaak over de veilige plek. Eerst kon ik me er niets bij voorstellen. Een onmogelijke metafoor. Later werd de veilige plek een plaats die ik zelf gecreëerd heb, waar de kinddelen een heenkomen konden zoeken zodra mijn therapeut en ik hen hadden geholpen om in het licht te komen. Deze delen hadden zich dan gepresenteerd aan mij in de weken ervoor. Hun angsten en hun boosheid had ik dan gevoeld in nachtmerries of in herbelevingen. Ik schreef er dan over aan mijn therapeut. Meestal had ik dan een sterke drang tot vermijding en wilde er niet over praten. Toch konden we samen door het vertrouwen dat was opgebouwd wel de moeilijke stap maken om te proberen contact te maken met het kinddeel van binnen.
Over het algemeen werd ik dan al snel overgenomen door het deel van binnen. Het kinddeel kwam dan in haar of zijn (sommige delen hadden kenmerken van een mannelijk geslacht) verschijningsvorm bij de therapeut en hij maakte contact met het deel. Tegelijkertijd bleef de therapeut ook steeds in contact staan met mij, de volwassen- en gastvrouw-persoonlijkheid (Esther) van alle delen bij elkaar. Dit was vooral nodig met het doel om uiteindelijk alle delen samen te voegen tot één volwassen Esther.

Telkens werden de therapiesessies geleid door één overwegend doel: het verleden van het huiselijk geweld en seksueel misbruik is voorbij. Ik hoef niet meer zo bang te zijn. Het is nu veilig om mij te verbinden aan sommige goede en veilige mensen. De eerste is mijn therapeut als voorbeeld veilige persoon, maar ik kan mij ook verbinden aan sommige veilige mensen zoals mijn partner en een paar goede vrienden.

Dit hele proces heeft een aantal heel moeilijke en zware jaren geduurd.
Mijn therapeut zei wel eens: het begin van de traumatherapie is het moeilijkst (om de moed te vinden hieraan te beginnen). Het einde van de therapie is het zwaarst (om de zwaarste traumatische inhoud onder ogen te zien en te verwerken, en om de moeilijkste delen van de persoonlijkheid te vinden en te redden en in het licht te brengen).

Lichamelijke ziekten
Inmiddels gaat het goed met mij. Ik ben ver op mijn weg naar Heelwording. Maar nu gebeurt er iets anders wat nog heel moeilijk is. De afgelopen jaren heb ik veel lichamelijke problemen gekend. Mijn ogen zijn flink achteruitgegaan, ik heb een aantal operaties moeten ondergaan. Ik heb veelvuldig in het ziekenhuis gelegen met astma-aanvallen en longontstekingen. En andere ontstekingen, zoals in mijn mond en kaak. En door alle prednisonkuren breek ik nu botten. En ik heb veel pijn, door hernia’s en andere pijn. Mijn bijnieren zijn er ook maar mee gestopt en bij het Erasmus MC hebben ze ontdekt dat ik een afweerstoornis heb.

In Amerika hebben ze 17.000 mensen vragenlijsten laten invullen en is een verband gelegd (de ACE-studies) tussen chronische ziekten en een geschiedenis van vroegkinderlijke chronische traumatisering.
Ik spreek veel lotgenoten die ook kampen met chronische ziekten na traumatisering. Vaak als ik in het ziekenhuis kom geef ik wel aan dat er wellicht een verband is tussen mijn negatieve seksuele ervaringen in mijn jeugd en mijn ziek-zijn. Het valt me op, dat artsen nog erg weinig verbanden leggen, zeker in wetenschappelijk onderzoek naar deze problematiek.

Mijn overtuiging is dat wanneer we ook in Nederland wel deze verbanden zouden leggen, we beter zouden signaleren en ernstig seksueel misbruik eerder zouden signaleren. Daarnaast zouden we ook veel geld zouden kunnen besparen.

Het meest van belang blijft dat de GGZ ruimte blijft maken voor de mensen die het meest kwetsbaar zijn en vanwege ernstige traumatisering langdurige zorg nodig hebben. Het is immers niet hun schuld dat zij zo zwaar getroffen zijn? Zou het zinvol zijn om daders mee te laten betalen met hun therapie en meer werk te maken van hun vervolging dan nu het geval is?
Als er goede zorg blijft voor onze groep patiënten is het wel degelijk mogelijk om tot heelwording te komen. Ik wil me daar als ervaringsdeskundige blijvend voor inzetten.
Ook is het goed dat de reguliere gezondheidszorg kennis krijgt van DIS en alle effecten op het immuunsysteem.

Stichting Kunst uit geweld
Ruim zeven jaar geleden heb ik Stichting Kunst uit geweld opgericht. Een Stichting die tentoonstellingen organiseert voor en met mensen die huiselijk geweld en/ of seksueel misbruik hebben meegemaakt. Wij werken veel samen met burgerlijke gemeenten en bieden slachtoffers een podium door middel van kunst. Zo proberen we lotgenoten te helpen om een stap te zetten in hun verwerkingsproces. Maar het biedt gemeentes ook de kans om op een unieke manier aan burgers te tonen wat de gevolgen zijn van geweld. Immers laten schilderijen, tekeningen, gedichten, foto’s en vooral ook sculpturen op indringende wijze zien hoe iemand zich heeft gevoeld, of wat in iemands hoofd heeft gespeeld, zonder dat je daar woorden aan hoeft toe te voegen. En het helpt om bij te dragen aan de preventie van huiselijk geweld en seksueel misbruik.

Vooroordelen bij DIS
Tenslotte wil ik nog een paar vooroordelen over DIS bespreken.
Ten eerste het meest stereotype idee van DIS dat je uit verschillende personen/ mensen zou bestaan. Dat kan immers niet, je bent altijd maar één mens. Ik ben immers maar één Esther. Het is wel zo dat ieder mens een breekpunt heeft. Dat beschreef psychiater Charles Myers al ten tijde van de Eerste Wereldoorlog toen hij soldaten zag in de loopgraven. Ieder mens heeft een breekpunt en hij zag dat de jongens braken als zij maar lang genoeg opgesloten zaten in die nauwe tunnels en bestookt werden met bommen en kogels van scherpschutters. Dan kregen ze een zogenaamde “Shellshock” wat wij nu natuurlijk PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis) noemen. Bij kinderen gebeurt dat nog eerder omdat zij in ontwikkeling zijn en kwetsbaarder. Zo heb ik gevoeld toen ik nog klein was dat ik als het ware uit elkaar viel, versplinterd raakte. En zo is bij mij DIS ontstaan.
Maar DIS is dus, meerdere stukjes persoonlijkheid binnen één gastpersoonlijkheid. Ik heb dus meerdere deelpersoonlijkheden binnen mijzelf (gehad) en nog. En probeer die binnen mijzelf in mijn herstelproces te integreren.

Ten tweede gaat niet iedere DIS patiënt bij een switch (verandering van persoonlijkheid) opeens totaal anders gekleed over straat…
Misschien zijn er DIS-patiënten met opvallende verschijningsvormen, maar de meeste DIS-lotgenoten die ik ken, zijn heel gewone mensen die hun DIS vooral proberen te verhullen. Zij verbergen hun kwetsbaarheid zoveel mogelijk, want vroeger was dat zelfs gevaarlijk, als iemand het doorhad, en nog is dat niet makkelijk, want het leidt vaak tot misverstanden.

Ten derde wordt er door wetenschappers vaak beweerd dat DIS een geacteerde stoornis is en niet echt. De mensen die het hebben stellen zich vooral aan, wordt er door psychiater Merckelbach en zijn medestanders gezegd. Ik heb geleden onder psychiaters die streden om het feit of je kon geloven in DIS of niet. Inmiddels wordt er geprobeerd om wetenschappelijk bewijs te vinden voor DIS, en ik was één van de eerste patiënten die heeft meegedaan aan fMRI-onderzoek naar DIS. Tegelijk met 25 acteurs en 15 DIS-patiënten is onderzocht of de hersenen hetzelfde of anders reageerden op tests die in de functionele MRI-scan werden afgelegd. De uitkomsten waren uitermate opvallend. De acteurs die probeerden DIS na te bootsen (en naar ik hoorde dat goed geprobeerd hebben) slaagden daar met hun hersenen totaal niet in. DIS valt dus niet na te spelen in de hersengebieden.

Ten vierde wordt er in de psychiatrie gereageerd op patiënten met DIS en een ernstige traumageschiedenis, dat zij toch niet te helpen zijn. Mij is jaren verteld dat ik te zwaar getraumatiseerd was en dat ik toch nooit zou genezen. Gevolg was dat ik daarvan nog ernstiger suïcidaal werd en als gevolg daarvan meerdere pogingen tot zelfmoord deed. Aan de andere kant heb ik het zoeken naar hulp nooit opgegeven en nu ben ik heel ver op weg naar genezing en heb zelfs een kaartenproject (Een Kaart voor Elke Dag, zie onze website, http://www.kunstuitgeweld.nl ) ontwikkeld om mensen een steun in de rug te bieden op hun eigen weg naar genezing.

Geef nooit op
Wat ik mijn lotgenoten tenslotte mee wil geven is dit:
Geef het nooit op, er is wel degelijk een mogelijkheid om te kunnen genezen. Er is wel degelijk een kans om opnieuw je te leren hechten, zelfs als je dat van kinds af aan niet hebt geleerd.
Ergens in jezelf kun je proberen een bron te vinden, of een goede herinnering die diep verborgen is, van steun en iemand die ooit wel lief voor je was of je op enig moment wel nabij is geweest. Laat dat een bron van inspiratie en liefde zijn, en zoek net zo lang tot je een therapeut vindt die bereid is met jou een manier te vinden door de pijn heen te gaan op een manier die voor jou te dragen is.
Dan zul je merken (op den duur!) dat de ergste pijn en angst vermindert en het dagelijks leven opnieuw dragelijk wordt. En ook dat je leert leven met je DIS. Op een manier die bij je past. Sterkte!

Esther Veerman
http://www.kunstuitgeweld.nl”